vrijdag 1 juli 2016

'Nou, schiet maar.'

John Jansen van Galen gaat in het tiende hoofdstuk van De gouden jaren van het linkse levensgevoel in op de affaire rond Friedrich Weinreb, de econoom die in de jaren zestig en zeventig in progressieve kringen aanhang verwerft omdat hij tijdens de Duitse bezetting op eigen houtje veel Joden het leven zou hebben gered. VN-columniste Renate Rubinstein is een groot pleitbezorgster van Weinreb en gebruikt haar podium in VN om mensen die kritisch zijn over Weinreb te bestrijden. Er volgt een jarenlange polemiek in dag- en weekbladen en na een uitvoerig onderzoek door het Riod wordt in 1976 vastgesteld dat Weinreb geen verzetsheld is, maar intensief met de Duitsers heeft samengewerkt. Verontschuldigingen heeft Vrij Nederland nooit gemaakt.

Jansen van Galen vat de zaak kort voor zijn lezers samen. Henriette Boas wordt instemmend geciteerd, maar er wordt nergens vermeld dat zij een belangrijke rol speelt in de polemiek. Onjuist is de mededeling dat journalist Hans Knoop het lang voor Weinreb heeft opgenomen: Knoop publiceerde al in het voorjaar van 1968 een kritisch artikel over Weinreb in De Telegraaf en was dus alles behalve een aanhanger.

Jansen van Galen concentreert zich vooral op de polemiek die in de jaren zestig en zeventig gevoerd is. Hij blikt met redacteur Igor Cornelissen terug op de affaire en die is niet trots op zijn aandeel daarin: ‘Het is een smet op mijn blazoen.’ Net als in zijn boek Raamgracht 4 vertelt Cornelissen dat hij na het verschijnen van het Riod-onderzoek een artikel in Vrij Nederland publiceert over een verraadzaak in de Haagse Reinkenstraat en dat moet worden vastgesteld dat Weinreb dat verraad niet gepleegd kan hebben. ‘De onderzoekers gaven Weinreb weinig tot geen kans. Kritische zin maakte plaats voor vijandschap,’ zegt hij tegen Jansen van Galen. Dat de onderzoekers naar aanleiding van zijn artikel de zaak nog een keer bekijken en van zijn conclusies niets heel laten, vertelt Cornelissen (net als in Raamgracht 4) niet.

Verdienstelijk aan Jansen van Galens boek is dat duidelijk wordt gemaakt dat de meningen over Weinreb bij Vrij Nederland verdeeld zijn geweest. Omdat Weinreb-verdedigster Renate Rubinstein alle ruimte heeft en niet wordt tegengesproken, krijgt de buitenwereld het idee dat VN een Weinreb-bode is. Binnenskamers krijgt hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse echter kritiek. Redacteur Gerard Mulder herinnert zich: ‘Op een redactievergadering is eindredacteur Frans Peeters fel van leer getrokken tegen die houding. Er kwam geen enkele reactie, maar toen we na afloop met z’n allen naar caf├ę De Engelbewaarder gingen en Ferdinandusse zich bij ons voegde, maakte hij theatraal de bovenste knoopjes van zijn overhemd los en zei: ‘Nou, schiet maar’.’

Dit is een fragment van een bespreking die verscheen op mijn weblog Een lezer schrijft.

woensdag 16 maart 2016

Een avond in Delft

In het februarinummer van Hollands Maandblad verscheen een artikel van Charlotte Goulmy over Hans Goedkoop die werkt aan een biografie van Renate Rubinstein. Goulmy vertelt in het artikel dat ze tijdens haar studie het plan had opgevat om op Renate Rubinstein te promoveren. In 1994 verzocht ze de erven Rubinstein om toegang te krijgen tot Renates nalatenschap. Dit verzoek werd afgewezen omdat Hans Goedkoop al was aangezocht om een biografie van Rubinstein te schrijven. Inmiddels is het twee├źntwintig jaar later en is Goedkoops biografie nog altijd niet verschenen. 

Goulmy wijst in haar artikel op Goedkoops in 2015 verschenen boekje Iedereen was er. Ik heb over dit boekje al eerder geschreven. Interessant is dat het artikel van Goulmy nagenoeg dezelfde titel heeft als mijn stuk en dat zij, net als Hans Goedkoop overigens, de emigratiezwendel van Friedrich Weinreb niet helemaal juist dateert. Het is Goulmy inmiddels ‘indirect’ duidelijk gemaakt dat ze nooit toestemming zal krijgen om de nalatenschap te bestuderen. Om het probleem van de onvoltooide biografie eindelijk op te lossen, stelt ze voor dat Hans Goedkoop zich terugtrekt en dat iemand anders het werk overneemt.  

Gisteravond was ik in Delft waar Hans Goedkoop in de Waalse Kerk een lezing gaf over Renate Rubinstein. Hij ging daarbij in op de kwestie van het uitblijven van de biografie. Hij vertelde dat er al verschillende keren meewarige opmerkingen over zijn gemaakt. Ook zijn vrienden beginnen er nog wel eens over. Goedkoop vertelde dat hij bij het schrijven van zijn in 1996 verschenen biografie van Herman Heijermans op een gegeven moment in Heijermans’ leven een lijn zag die begon in de jeugd en doorliep tot de dood. Die lijn zorgde ervoor dat Goedkoop deze biografie sneller heeft kunnen voltooien dan die van Renate Rubinstein omdat zo’n duidelijke lijn bij haar ontbreekt: haar leven is vanaf haar jeugd een aaneenschakeling van losse aanzetten. Renate kon haar draai niet vinden en was zich daarvan bewust. 

Volgens Goedkoop werd pas midden jaren zeventig helder wie Renate eigenlijk was en waar ze toe in staat was. Hij hield zelfs rekening met het feit dat Renate op de avond die in Iedereen was er wordt beschreven, voor het eerst zelf de lijn in haar leven zag. ‘Kan ik u dat aandoen?’ vroeg Goedkoop aan het publiek in Delft. ‘Welke lezer brengt daar het geduld voor op?’ Goedkoop vertelde nog steeds op zoek te zijn naar een vorm om de lezer bij de les te houden, terwijl nog niet duidelijk is welke les dat is. 

Opvallend was dat Goedkoop tot twee keer toe vertelde dat hij al zo’n vijftien jaar aan de biografie werkt, terwijl hij de opdracht al in 1993 kreeg. Blijkbaar is de nalatenschap een kleine tien jaar onaangeroerd gebleven. Verder was het interessant dat Goedkoop opmerkte dat de erven niet wilden dat iedereen zo maar in het ongeordende archief kon kijken. Charlotte Goulmy beweert in haar artikel dat Renates nalatenschap juist overzichtelijk is gerangschikt.
 
Na afloop van de lezing vroeg ik Hans Goedkoop wat hij vond van het artikel in Hollands Maandblad. Hij reageerde verbaasd en zei niets van het artikel te weten. Het was kennelijk niet aan hem doorgegeven. Ik liet hem het nummer van Hollands Maandblad zien, hij keek het artikel met belangstelling even door, gaf het aan mij terug en zei dat hij zou proberen om zelf een exemplaar in handen te krijgen. Hoewel Goedkoop in Delft duidelijk aangaf waar de moeilijkheden in zijn werk liggen, maakte hij als biograaf een zelfverzekerde indruk. Het lijkt me dan ook niet waarschijnlijk dat hij de opdracht om de biografie van Renate Rubinstein te schrijven uit handen zal geven.