woensdag 4 maart 2015

Weinreb en de zanger van de wrok

Vorige week verscheen het tweede deel van de biografie van Willem Frederik Hermans door Willem Otterspeer. De titel van het boek is De zanger van de wrok en behandelt de jaren 1953-1995. Het is hier niet de plaats om te oordelen over het volledige boek. Ik zal mij enkel uitlaten over wat Otterspeer schrijft over de zaak Friedrich Weinreb. 

In mijn studie Onder een massa schijn bedolven heb ik gewezen op een vraag die in het verleden door verschillende personen is gesteld, maar bij mijn weten nooit werd beantwoord:  als Willem Frederik Hermans beweerde dat de werkelijkheid onkenbaar was, waarom probeerde hij in de zaak Weinreb dan te bewijzen dat zijn tegenstanders ongelijk hadden? Willem Otterspeer houdt zich ook met deze vraag bezig en komt met een opzienbarend antwoord. Hermans ontdekte door het historisch onderzoek naar Weinreb dat de werkelijkheid wél kenbaar was. Dat raakte natuurlijk de kern van zijn schrijverschap. Otterspeer schrijft: ‘De oorlog, die archetypische chaos, werd opeens helder als glas, goed kon opeens van kwaad gescheiden worden. Opeens kon er wel iets over de mens bewezen worden. Het historische gelijk ontmantelde het mythologische.’

Wat de feiten betreft, lijkt alles wat Otterspeer in zijn boek over Weinreb beweert, juist te zijn. De beknopte verteltrant die hij hanteert, maken de twee hoofdstukken die hij aan de zaak Weinreb besteedt, vlot leesbaar. Daar staat tegenover dat er niet veel ruimte is voor sfeer en achtergronden. Dat wordt vooral duidelijk in de passages waarin hij het succes van Weinreb bij progressief Nederland behandelt. Voor Hermans was het ongerijmd dat een groot deel van de Nederlandse pers in Weinreb had geloofd. Otterspeer maakt niet duidelijk hoe groot dit deel was. Regina Grüter heeft in haar dissertatie over Weinreb Een fantast schrijft geschiedenis uit 1997 uiteengezet welke auteurs en bladen het voor Weinreb opnamen en welke hem bestreden. Het zou een kleine moeite zijn geweest om dit in kort bestek voor de lezer weer te geven. Daardoor oogt Otterspeers beeld van deze jarenlange publicitaire oorlog een beetje flets.    

De belangrijkste tegenstanders van Hermans in de zaak Weinreb waren Renate Rubinstein en Aad Nuis. Rubinstein wordt door Otterspeer nog kort geïntroduceerd, maar het blijft vaag welke culturele en maatschappelijke positie Aad Nuis precies innam ten tijde van de affaire. Nuis publiceerde in 2004 een autobiografie die Otterspeer blijkbaar niet heeft geraadpleegd. Op bladzijde 708 komt vanuit het niets de naam van Abel Herzberg uit de lucht vallen. Otterspeer noemt die naam slechts één keer en maakt daarom niet duidelijk welke rol Herzberg in het debat heeft gespeeld.

Enigszins pijnlijk wordt het wanneer Otterspeer de dichter Rein Bloem vermeldt als hij de juryleden opnoemt die Weinrebs leugenachtige memoires voordroegen voor een belangrijke literaire prijs. Bloem stemde als jurylid namelijk tegen deze voordracht. Elders in Otterspeers boek lezen we dan dat Bloem in 1993 een interview maakte met W.F. Hermans. Dat is verwarrend, omdat het niet aannemelijk lijkt dat Hermans zich zou laten ondervragen door iemand die in het verleden een literaire prijs aan Weinreb heeft willen toekennen.

Opmerkelijk is het dat Otterspeer nergens vermeldt dat ook Harry Mulisch grote sympathie had voor Weinreb. Mulisch zag in Weinreb een ‘Che Guevara van de bureaucratie’. Hij riep in de roerige jaren zestig op tot een bureaucratische guerrilla in de geest van Weinreb tegen ambtenaren en gezagsdragers. Hij zocht Weinreb op, publiceerde over hem en vond het een grof schandaal dat Weinreb een belangrijke literaire prijs werd geweigerd en hij stelde daarom voor om een alternatieve prijs aan Weinreb toe te kennen. Weinreb was dus weer zo’n typisch onderwerp waarover Hermans en Mulisch elkaar in de haren konden vliegen. Otterspeer, die zelfs een heel hoofdstuk wijdt aan de animositeit tussen Hermans en Mulisch, zegt er niets over en dat is toch wel vreemd voor een biograaf die beweert dat het onderwerp Weinreb het wereldbeeld van Hermans uiteindelijk ontmantelde.
 
Samenvattend kan gezegd worden dat De zanger van de wrok een correct overzicht biedt van de rol van Willem Frederik Hermans in de zaak Friedrich Weinreb, al zou met enkele aanpassingen en toevoegingen het beeld van deze nog altijd boeiende kwestie vollediger en kleuriger zijn geweest.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen